Bedrijvig Baasrode : Brouwerij D'Hollander (Bacchus)


Omer D'Hollander (1886-1935), één van de twaalf kinderen van bovengenoemd echtpaar D'Hollander-De Landtsheer, nam de leiding van het bedrijf met succes over. Vanaf het midden van de jaren 1920 werd hij bijgestaan door zijn broer Henri, die kort daarvoor zijn eigen brouwerij in Eke bij Gent had stilgelegd.


Na het overlijden van Omer in 1935 zette zijn echtgenote Maria Coleta Emmanuel Van Kerkchoven (1888-1968) de brouwerij verder, hierin geholpen door haar beide zonen Frans (1916) en Henri (1919). Frans had het diploma van ingenieur-brouwer behaald en hield zich bezig met laboratoriumonderzoek, het brouwproces en de contacten met de klanten. Henri, die handel had gestudeerd, was verantwoordelijk voor de boekhouding en de administratie.

De weduwe van Omer D'Hollander kreeg in 1938 de toelating om een nieuwe bierbrouwerij op te richten, samen met een nieuwe stookruimte en een 25 meter hoge schoorsteen. De nieuwe brouwerij bestond uit drie verdiepingen. Op de eerste verdieping was er een moderne brouwzaal en op de hoger gelegen niveaus warmwaterbakken en een pletmolen. In 1945 werd het gebouw nog verhoogd, zodat het een uiteindelijke hoogte kreeg van ca. 35 meter.

De uitbreiding van de infrastructuur liep parallel met de expansie van de productie. Begin jaren 1920 bedroeg de jaarlijkse storting ongeveer 38.000 kg. Onmiddellijk na de Tweede Wereldoorlog was dit meer dan vertienvoudigd tot ca. 450.000 kg. De personeelsbezetting groeide evenredig. Omstreeks 1935 telde de brouwerij 24 personeelsleden: een maalder, een brouwer, een brouwersgast in de gistingszaal, twee in de bewaarkelders, drie in de vatenaftrekkerij, zes in de flessenaftrekkerij, een kuiper, zeven voermannen en twee bedienden. Midden 1955 was het aantal werknemers opgelopen tot een zestigtal.

Welke bieren werden er bij D'Hollander gebrouwen? Tot het begin van de 20ste eeuw produceerde de brouwerij D'Hollander uitsluitend bieren van hoge gisting. Vanaf de jaren 1920 werd blond bier (2,5° balling), Bockbier (3,5 tot 4° balling) en tafelbier (1 tot 1,5° balling) verkocht. De productie van Export startte omstreeks 1932. Tot dan werd het meeste tafelbier nog verkocht in houten tonnen en het bier van hoge gisting in persvaten. De eiken vaten werden in België aangekocht en door een eigen kuiper regelmatig gepekt en hersteld. Later zou de verkoop van flessenbier de overhand nemen. Daarvoor had de brouwerij reeds omstreeks 1920 een vulmachine aangekocht.

Kort voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog brouwde men bij D'Hollander zowel een bier van hoge gisting, type "Ginder Ale", als de populaire Bacchus Pils. De oorlogsjaren 1940-1944 verliepen niet zonder moeilijkheden. De Duitse bezetter verbood bier van meer dan 1,7° balling. Daarom produceerde de brouwerij een licht biertje van 1 tot 1,5° balling, in de volksmond "fluitjesbier" genoemd. Na de oorlog startte men met de "Thyrs-Ale", een bruin bier van hoge gisting (4,5° balling). Rond 1960 bracht de brouwerij de zeer bekende "Panter Urtyp" uit, een luxe bier van lage gisting.

De basisingrediënten voor het brouwen werden gekocht bij verschillende gespecialiseerde groothandelaars. De hop, afkomstig uit Joegoslavië en Tsechoslovakije kwam via de hopverkopers Van Mollem uit Opwijk en Hillaert uit Oudegem, in Baasrode terecht. Voor de mout deed men beroep op de Aalsterse mouterijen De Wolf-Cosijns en Lion d'Or. Suiker werd aangekocht bij de firma's De Volder uit Brussel of Bogaerts uit Liedekerke. Het water haalde men uit twee eigen putten van ca. 35 meter diep.

Het vervoer van de biervaten gebeurde tot 1927 uitsluitend met paard en kar. Voor kleine afstanden maakte men gebruik van een stootkar; voor de langere trajecten waren er twee dubbele en één enkele bierwagen. Tot het begin van de jaren 1960 bleven deze wagens in gebruik, hoewel de onderneming reeds in 1927 een Ford-vrachtwagen had aangekocht.

De brouwerij Bacchus verzorgde reeds voor 1940 haar eigen reclame via grote geëmailleerde platen of door het beschilderen van de ruiten van cafés. Vooral voor de Bacchus Pils en de Thyrs-Ale werd veel publiciteit gemaakt. De productie van de Panter Urtyp ging gepaard met een goed uitgekiemde reclamecampagne met grote borden, neonreclames, slogans op wagens en in kranten, petjes, grote bierpotten, enz. Het succes was navenant.