Bedrijvig Baasrode : Scheepswerf Van Damme


De scheepswerf van Petrus Franciscus Van Damme kende omstreeks 1850 een grote bloei. Tussen 1845 en 1860 werkten er niet minder dan 130 scheepmakers. Grote koopvaardijschepen voor reders uit Antwerpen, Gent en Leuven werden er hersteld en gebouwd. In 1852 liep de "Léopold Ier" van stapel. Op dat ogenblik was het schip met z'n 652 ton de grootste koopvaarder die in België na de revolutie van 1830 was gebouwd. Van Damme kreeg in deze periode zelfs zo veel bouw- en herstelorders binnen, dat hij zich genoodzaakt zag de kleine scheepswerf van Pieter Jan De Landtsheer, die zich aan de "Drie Huiskens" bevond, voor een aantal jaren te huren. Daar werden hoofdzakelijk binnenschepen hersteld. Vanaf de jaren 1860 begon echter een diepgaande crisis voor de Belgische scheepsbouwnijverheid. Op de Baasroodse werven zakte het aantal werknemers drastisch. Grote zeeschepen werden er niet meer gebouwd. De productie bij Van Damme spitste zich voortaan toe op houten binnenschepen: otters, "baquets de Charleroi", walen, schuiten en diverse vissersschepen (botters, Brabantse boten, schouwen, enz.).

De industriële bedrijvigheid in Baasrode kende vanaf het laatste decennium van de 19de eeuw een verbazingwekkende groei. Gedragen door een algemene hoogconjunctuur verviervoudigde het aantal industrie-arbeiders van ca. 330 in 1896 naar ca. 1290 in 1910. Het aantal ondernemingen steeg evenredig. Bedrijven vestigden zich in Baasrode vermits de ateliers en werkplaatsen er in de onmiddellijke nabijheid van de Schelde konden worden gebouwd. Een andere troef van de gemeente betrof de uitstekende spoorwegverbinding.

In 1875 overleed Petrus Franciscus Van Damme op 72-jarige leeftijd. Hij liet de scheepsbouwonderneming over aan zijn vrouw Cornelia Juliana Neerincx en zijn twee zonen Emile en Cesar. Zij kregen de praktische leiding over de scheepswerf "Van Damme Gebroeders" in handen. De oudste zoon uit het gezin Van Damme-Neerincx, Carolus Augustus, was reeds in 1874 uitgeweken naar Sint-Jans Molenbeek waar hij aan het kanaal Brussel-Charleroi een eigen scheepswerf uitbaatte.

Een van de oudste foto's van de scheepswerf Van Damme, 1889. Een groot binnenschip is in aanbouw met op de achtergrond het houten werkhuis.

Tijdens het beleid van Emile en Cesar Van Damme ging de "zaat van Van Dammes" over tot het bouwen van ijzeren en stalen schepen. De beide broers stichtten op 24 april 1894 met Henri Adam, een "chef d'atelier" uit Willebroek, de "Société Anonyme Van Damme frères et Adam".

De "traceurploeg" op de scheepswerf Van Damme omstreeks 1920. Uiterst rechts Jan Muys.

Na de Eerste Wereldoorlog namen Gaston en André (de zonen van Cesar Van Damme en Maria Van Praet) het roer in handen en trachtten ze de scheepsbouwonderneming opnieuw te laten bloeien zoals voorheen. Ze richtten in 1928 net buiten de dorpskom een volledig nieuwe werf op.