2. De industriŽle tewerkstelling

Uit verschillende industriŽle tellingen en enquÍtes, uitgevoerd door de gemeentelijke of nationale overheid, blijkt dat Baasrode pas rond de eeuwwisseling (jaren 1900) grote fabrieken begon aan te trekken. Daarvoor waren de meeste inwoners tewerkgesteld in de landbouw, de huisnijverheid (spinnen, weven), de scheepsbouwnijverheid, de visserij en de scheepvaart.

Een eerste telling, daterend van 1819, vermeldt de scheepswerven (59 arbeiders) en de veenderijen of turfstekerijen (54 arbeiders) als de twee belangrijkste nijverheden te Baasrode. Deze laatste ondernemingen situeerden zich aan de Broekkant. Ze bestonden slechts een aantal jaren, maar wijzigden opvallend het uitzcht van de polder. De uitgegraven turfputten werden later (en nu nog steeds) gebruikt als visvijver. Omstreeks 1846 telde Baasrode bijna honderd industrie-arbeiders. Naast de timmerwerven van de families Van Praet, Van Damme en De Landtsheer was er de vrij grote olieslagerij Van Biesen-Stas, gelegen rechtover het gemeentehuis. Uit allerlei zaden werd er olie geperst. Ongeveer dertig arbeiders verdienden in deze onderneming hun dagelijks brood. Jaarlijks werd voor zo'n 360.000 frank olie geproduceerd. De scheepswerven en de olieslagerij bleven ook in 1880 en in 1896 de voornaamste werkgevers.

De industriŽle bedrijvigheid in Baasrode kende vanaf het laatste decennium van de 19de eeuw een verbazingwekkende groei. Gedragen door een algemene hoogconjunctuur verviervoudigde het aantal industrie-arbeiders van ca. 330 in 1896 naar ca. 1290 in 1910. Het aantal ondernemingen steeg evenredig. Bedrijven vestigden zich in Baasrode vermits de ateliers en werkplaatsen er in de onmiddellijke nabijheid van de Schelde konden worden gebouwd. Een andere troef van de gemeente betrof de uitstekende spoorwegverbinding.

De bevolking van Baasrode nam rond de eeuwwisseling sterk toe en steeg van 3829 in 1880 naar 5204 inwoners in 1910. De demografische groei veroorzaakte een scherp tekort aan arbeiderswoningen. Veel werklieden moesten van ver komen of woonden in zeer erbarmelijke omstandigheden. Om dat probleem op te lossen besliste de gemeenteraad in 1901 om drie nieuwe straten en een nieuw dorpsplein aan te leggen. Georges Sielbo maakte het ontwerp. De nieuwe wijk met als centrum de "Grote Plaats" kreeg de naam "Nieuw Kwartier". Maar niet alleen voor het werkvolk werden nieuwe huizen gebouwd.

De firma Vermylen bouwde naast de fabrieksgebouwen een aantal prachtige burgerwoningen voor haar bedienden. Deze huizen, opgetrokken in art-nouveau stijl, werden genoemd naar de dochters van de heer Vermylen. Voor de arbeiders werden in de Meirgatstraat eenvoudigere woningen gebouwd.

De onverwachte inval van het Duitse leger in 1914 maakte een einde aan de voorspoedige economische situatie. De meeste bedrijven sloten hun deuren of zetten de activiteiten noodgedwongen op een laag pitje. De Duitse bezetter eiste zowat in alle bedrijven (onder meer bij de scheepswerf de Toekomst van Edmond Van Praet en bij de "Usines De Bruyn") machines en ander materiaal op. Voor vele arbeiders brak een lange periode van werkloosheid aan. Een tijd waarin de meeste gezinnen het moeilijk hadden om de eindjes aan elkaar te knopen.

Na de Eerste Wereldoorlog kwam de Belgische economie slechts moeizaam op gang. De werkgelegenheid daalde. In de jaren tussen 1921 en 1925 trachtten de werkgevers opnieuw de lonen te verlagen en de arbeidsduur te verlengen. De "patroons" wilden de gevolgen van de crisis volledig op de arbeiders afwentelen. Een reactie bleef dan ook niet uit. Zowat overal in het land ontstonden stakingen. In 1922 werd in Baasrode in verschillende bedrijven het werk neergelegd. Enkele jaren later (o.a. in 1927) volgden nieuwe stakingen omdat de lonen niet werden aangepast aan de stijgende levensduurte. De scheepmakers op de werf Van Praet-Dansaert deden aan deze actie mee. Na de parlementsverkiezingen van mei 1936 brak in gans BelgiŽ een nieuwe algemene staking uit. De economie kende een heropflakkering en de vakbonden wilden een deel van de koek. De staking startte in juni in de Antwerpse haven en waaide uit over het hele land. In het arrondissement Dendermonde situeerde de sociale agitatie zich vooral in Wetteren (2500 stakers). In juli staakten ook alle scheepsbouwers in Baasrode.

Na de Tweede Wereloorlog trok het bedrijfsleven zich in Baasrode opnieuw op gang. Het uitblijven van investeringen en moderniseringen zou er echter voor zorgen dat vanaf de jaren 1960 en 1970 de bedrijven in Baasrode minder succesvol werden. De tewerkstelling concentreerde zich hoofdzakelijk bij "De Bruynes" (tot voor kort Nestlť).