1. Een gunstige ligging

De lange bocht die de Schelde in Baasrode maakt, groeide met de tijd uit tot een economische pleistersplaats voor schippers en handelaars. Reeds in de 15de eeuw was Baasrode een druk bezocht handelscentrum waar elke dag schepen uit Antwerpen en andere plaatsen aanmeerden. De verklaring is vrij eenvoudig. Het traject Baasrode-Antwerpen kon met een zeilboot in één tij worden afgelegd. Bovendien werd hier geen tol geïnd, in tegenstelling tot het naburige Dendermonde. Dat Antwerpse stapelhuizen zich in Baasrode vestigden, is dan ook niet verwonderlijk.

Vooral vanuit het Land van Aalst kwam men hier bij voorkeur laden en lossen, tot groot nadeel van Dendermonde. In 1540 diende de stad een klacht in en bekwam van Karel V een octrooi, waarbij haar het uitsluitend recht van laden en lossen van alle hoegenaamde koopmanschappen werd toegewezen. Dit trof Baasrode en de handeldrijvende bevolking van Aalst, "welcke, het verbod van den Keizer trotserende, voortging met Baasrode voor haar koopwarenuitvoer uit te kiezen...". De economische belangenstrijd mondde in 1750 uit in een aanvraag van Aalst en Baasrode tot het graven van een kanaal Baasrode-Aalst, buiten Dendermonde om. Door de te hoge kosten en het gering economisch voordeel, bleef het plan onuitgevoerd.

Kerk met veerdienst



Veerdienst in een latere periode

Volgens Robert Ruys, die een studie maakte over de veerdiensten in Oost-Vlaanderen, bezit Baasrode één van de oudste veren in de provincie. Reeds ten tijde van de Romeinen zou er een overzetdienst geweest zijn op de plaats waar de heerbaan Henegouwen-Mechelen de Schelde kruiste. Later, waarschijnlijk in de 11de eeuw, werd een nieuw veer opgericht op de plaats waar nu de kerk staat. Werden de veerdiensten tijdens het ancien régime uitgebaat door particulieren, vanaf de inval van de Fransen en de wet van 1798 werden ze staatseigendom verklaard. De staat verpachtte voortaan de veerdienst voor een periode van drie jaar. De veerboten werden op de lokale scheepswerven Van Praet en Van Damme gebouwd. In de jaren 1920-1930 verzorgde Gustaaf Nobels ("Staaf de veirman") de overzet. Hij beschikte over twee boten. Een kleine, die doorgaans werd gebruikt voor het vervoeren van passagiers. Voor dieren of grotere vrachten (dikwijls aardappelen) was er een grotere boot die met vier roeiers werd voortbewogen.

Met de komst van de industriële periode stelde een nieuwe troef zich voor: de spoorwegverbinding. Baasrode had al vrij vroeg twee stations, en was bereikbaar via de lijn Mechelen-Dendermonde en via de lijn Antwerpen-Dendermonde.


Het station Baasrode-Noord werd reeds opgericht rond 1879-1880 en lag vlak aan de industriezone. Vanuit het station liepen kleine aftakkingen naar de verschillende ondernemingen. Grondstoffen en werkkrachten konden zo op een gemakkelijke manier worden aangevoerd.